'Als ik geen spin was, dan zou ik wel graag een spin willen zijn, dacht de spin Balder D. Quorg...'
Uit: 'Balder D. Quorg, spin' (1958), van Anton Koolhaas

'Als ik geen spin was, dan zou ik wel graag een spin willen zijn, dacht de spin Balder D. Quorg...'
Uit: 'Balder D. Quorg, spin' (1958), van Anton Koolhaas
Keats was de auteur van de onsterfelijke versregel ‘A thing of beauty is a joy for ever.’ Maar wie kent de regels die daarna komen? Een mooie column van Romain John van de Maele.
meandermagazine.nl/2026/09/onst...
#poëzie #poëzierecensies
In ‘Tongval van het verdwijnen’, van de Klimaatdichters, krijgen dier, plant, schimmel en bacterie een stem. Jac Janssen aan het woord: ‘Wat betekent de teloorgaan van een soort?' In hun verbeelding stellen dichters zich dat voor.
meandermagazine.nl/2026/09/de-k...
#poëzie #poëzierecensies
Ik leef, dacht Branoul, en ik heb veel inhoud. Dat vlees hoort er natuurlijk allemaal bij, maar ik heb er niet veel overzicht over. Ik moet vol zitten met spelonken en grotten waar ik geen weet van heb.
UIt 'Een mannetje in de kop en de vis' (1959), van Anton Koolhaas
Uit 'Song of Solomon' (1977) van de Amerikaanse auteur Toni Morrison
‘Meestal is alles voor altijd!’ fluisterde de goudvis Zuulwe tegen de sluierstaart Sloer. Sloer heette nog niet zo veel jaren zo. Toen hij nog kleiner was, droeg hij de naam Sleeta.
UIt 'Het water van Lubbertol' (1960) van Anton Koolhaas.
Een nieuw gedicht: Duisterluwte.
In vrolijke buien zingt Jan Loogman graag ‘Een ballon een ballon een ballonnetje’, een liedje van Toon Hermans. Maar ‘zon en ballon, zij kunnen niet meer onbekommerd dienen als symbool van vreugde, blijdschap, levenskracht.’
meandermagazine.nl/2026/09/symb...
#poëzie
Bart Jan Lenaerts schreef jarenlang niet, maar hij heeft hij een nieuwe, minder hermetische stijl gevonden. Hij schrijft over het fragiele demonteerbare lichaam, geweld en (zelf)vernietiging, het schrijfproces, natuur, cultuur en de versmelting daartussen.
meandermagazine.nl/2026/09/bart...
#poëzie
‘Het is de schraapzucht, gentlemen’, met deze woorden streek de meeuw Tractaal dan eindelijk neer tussen een stuk of zeven andere meeuwen, die op een vlonder aan de kade zaten te denken aan de notities, die zij moesten kunnen maken.
UIt 'De bijeenkomst' (1957)
#Poëzie van Esther Naomi Perquin, in de Groene Amsterdammer.